Het implementeren van Employee-generated Learning kan gepaard gaan met uitdagingen en zorgen. Hoewel de voordelen helder zijn, kunnen organisaties gegronde zorgen hebben over het idee om SME’s de productie van trainingsmateriaal te laten overnemen. Daarnaast zijn er duidelijke gevallen waarbij EGL simpelweg niet de beste oplossing is (denk bijvoorbeeld aan compliancetraining). Hieronder bespreken we een aantal van de belangrijkste uitdagingen voor organisaties wanneer ze overstappen op een EGL-mindset, alsmede de grenzen van deze methodologie.
Kwaliteit van de inhoud
De belangrijkste zorg omtrent peer-to-peeronderwijs is altijd de kwaliteit van het leermateriaal en dat geldt voor EGL net zo. De zorgen over de kwaliteit van de inhoud zijn tweeledig:
- Is de inhoud juist?
- Wat is de didactische kwaliteit van het leermateriaal?
Als we kijken naar de eerste uitdaging, is dat zeker een gegronde zorg. Maar het verschilt niet van de kwaliteitszorgen die je zou hebben als een onderwijsontwerper de cursus zou ontwikkelen. In beide gevallen is het ook goed dat je deze zorg hebt. Plus, wanneer onderwijsontwerpers trainingsmaterialen ontwikkelen, kunnen ze de inhoud niet zelf op nauwkeurigheid controleren. In beide gevallen heb je een evaluatieproces nodig om andere SME’s de kans te geven de trainingsinhoud te bekijken en feedback te geven.
Als het gaat om zorgen over de didactische kwaliteit van een training die ontwikkeld is door SME’s, zijn er een paar zaken om rekening mee te houden. Een cursus van een goede onderwijsontwerper zal natuurlijk beter aansluiten op didactische beste werkwijzen dan die van een SME, dat staat buiten kijf. Maar voor peer-to-peeronderwijs zal een cursus ontwikkeld door een SME goed genoeg zijn. Trainingen hoeven niet uitgebreid en complex te zijn om effectief te zijn.
Onderzoek toont aan dat SME’s meer vertrouwen hebben in inhoud die door hun collega’s is gemaakt en dat die cursussen vaker goedgekeurd en afgerond worden dan cursussen ontwikkeld door onderwijsontwerpers. Employee-generated Learning betekent ook niet dat onderwijsontwerpers niet bij het maakproces betrokken kunnen zijn. Zij kunnen de auteurs ondersteunen, begeleiden, coachen en adviseren; zolang ze niet de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen en onderhouden van de inhoud overnemen.
Daarnaast is er veel wat je als organisatie kunt doen om zorgen over de kwaliteit van trainingsinhoud die door SME’s ontwikkeld is, weg te nemen. Goede eerste stappen hierin, zijn het coachen van auteurs en het promoten van evaluaties door collega’s. Maar zorg ook dat het voor iedereen duidelijk is wie de auteur van de cursus is. Dat geeft auteurs een gevoel van eigendom en verantwoordelijkheid, en maakt dat zij zichzelf willen bewijzen als experts in het onderwerp, wat de algehele kwaliteit ten goede komt. (Niemand wil een slordige cursus publiceren als je naam er nauw aan verbonden is!)
Onderscheid maken tussen Employee-generated Learning en officieel goedgekeurde L&D-trainingen is ook een effectieve strategie. Je kunt dat doen door deze cursussen in verschillende omgevingen aan te bieden of ze simpelweg te labelen. Dat is een duidelijke manier om de juiste verwachtingen over de training te wekken.
SME’s die te weinig tijd hebben
“Maar onze materiedeskundigen hebben hier geen tijd voor” – dit is een zorg die we vaak horen. En natuurlijk, in eerste instantie lijkt het een beetje vreemd om je beste mensen tijd te laten besteden aan het ontwikkelen van trainingsmaterialen en die up-to-date te houden. En toch zal EGL ze heel vaak juist tijd besparen.
Deze SME’s zijn al de mensen die L&D benadert wanneer ze een interview willen voor de ontwikkeling van een nieuwe training. En, zoals we al eerder besproken, kan dit traditionele proces voor het creëren van inhoud zeer tijdrovend zijn. Dit zijn ook de mensen waar collega’s naartoe komen met vragen. Ze zijn waarschijnlijk betrokken bij het inwerken van nieuwe collega’s. Al die zaken kosten tijd en herhalen zich. De eenmalige moeite om trainingsinhoud hierover te maken is veel sneller en effectiever, wat je SME’s op de lange termijn veel tijd bespaart.
De grenzen van EGL
Kun je een Employee-generated Learning-aanpak voor alles gebruiken? Het korte antwoord is, nee.
Over het algemeen geldt: hoe groter het aantal cursisten waarvoor de cursus bedoeld is, hoe groter de kans dat de cursus ontwikkeld moet worden door je L&D-afdeling. Andersom is dat net zo: hoe kleiner de doelgroep van de cursus, hoe beter Employee-generated Learning ervoor geschikt is.
In werkelijkheid hebben organisaties vaak veel meer trainingen voor een kleiner publiek nodig. Dit betekent dat Employee-generated Learning uiteindelijk L&D-teams kan ontlasten en de inzet van informatiebronnen kan optimaliseren.

Bekijk de onderstaande tabel voor een uitgebreidere analyse. Hierin staan de belangrijkste verschillen tussen door L&D ontwikkelde trainingen en Employee-generated Learning.
Employee-generated inhoud is uitermate geschikt voor kleinere cursussen over onderwerpen die vaak veranderen. Als je een cursus moet maken voor een groot deel van je bedrijf, met een wereldwijde impact en die overeenkomt met je belangrijkste prioriteiten voor L&D, dan is een top-down aanpak gegenereerd door L&D waarschijnlijk het beste. Onderwerpen die hiervoor in aanmerking komen zijn compliancetraining, beveiliging en gezondheids- en veiligheidstrainingen. Deze onderwerpen veranderen niet zo snel en als L&D-afdeling moet je bij een audit kunnen bewijzen dat iedereen voor deze cursussen is geslaagd.
Maar bij elkaar komt deze inhoud waarschijnlijk neer op minder dan 5% van alle trainingsbehoeften binnen je bedrijf. Dat betekent dat voor de overige 95% van de trainingsverzoeken een Employee-generated Learning-aanpak de beste oplossing is.

Laten we tot slot niet vergeten dat EGL niet de beste manier is om leermaterialen te ontwikkelen voor de drie hoogste leerniveaus uit de taxonomie van Bloom: Analyseren, Evalueren en Creëren. Je hebt meer didactische kennis nodig wat betekent dat een L&D-professional voor dit soort inhoud verantwoordelijk moet zijn. Dit betekent niet dat SME’s niet betrokken worden bij het maken van dit soort inhoud, maar op zijn minst ligt de verantwoordelijkheid voor het ontwerp ervan bij de onderwijsontwerper.